Chesed

Het Hebreeuwse woord Chesed wordt vertaald met ‘genade’. Maar het betekent ook liefde, gerechtigheid, of trouw. De Ark van het Verbond was het zichtbare beeld van Gods chesed. Een kist met goud bekleed en daarop twee engelen (cherubs) die in aanbidding en eerbied voor God hun vleugels beschermend over dit heilige verbondsteken uitstrekken. Gods genade is oneindig groot. Gods chesed verzoent ieder mens met zijn hemelse Vader.

Wees mij genadig, God, wees mij genadig, want bij u is mijn leven geborgen. In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen… Psalm 57:2

Licht en Leven

Lucas 2:25-32

In Jeruzalem woonde een man die Simeon heette. Simeon was goed en eerlijk, en trouw aan God. Hij wachtte zijn hele leven al op de redding van Israël. De heilige Geest was in Simeon, en die had hem verteld: ‘Voordat je sterft, zul je de Messias zien die God beloofd heeft.’ De heilige Geest stuurde Simeon naar de tempel.

Op hetzelfde moment kwamen ook Jozef en Maria naar de tempel. Zij brachten Jezus daarheen om alles te doen wat verplicht was volgens de wet. Toen Simeon het kind zag, nam hij het in zijn armen en dankte God. Hij zei: Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord, want mijn ogen hebben uw heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken:

Licht tot openbaring voor de Heidenen en Heerlijkheid voor uw volk Israël.

Jozef’s dromenmantel

Toen Jozef zeventien was, droeg hij een veel te grote, zware PROFETENMANTEL. Het bracht hem de jaloersheid en haat van zijn broers. In Egypte, aan het hof van Potifar, droeg hij een SLAVENMANTEL. Kon het nog erger… Ja, toen hij verraden werd door de vrouw van Potifar kreeg hij een GEVANGENENKLEED.

En in Genesis 39;21 staat dat al die jaren ‘God met Jozef was’. Na de dromen van de schenker en de bakker werd hij vergeten. Pas toen Farao had gedroomd, herinnerde de schenker Jozef weer. Hij werd uit de kerker gehaald en kreeg schone kleren aan, dit keer was het de MANTEL VAN OPENBARING.

Uiteindelijk, na de uitleg van de droom van Farao, kreeg hij een KONINKLIJKE MANTEL. Hij werd onderkoning van heel Egypte. Hij moest al dat lijden doorstaan om vele levens te redden. Genesis 50:18-20 Daarna gingen de broers zelf naar Jozef toe. Ze knielden voor hem en zeiden: ‘We zullen je slaven worden.’

Maar Jozef zei: ‘Waarom zijn jullie zo bang? Ik ben God niet. Jullie hebben mij heel slecht behandeld, maar God heeft het goedgemaakt. Hij heeft ervoor gezorgd dat een heel volk kon blijven leven.

Wachten

…But they that w a i t upon the LORD…

Dit schilderij is geïnspireerd door de tekst uit Jesaja 40:30-31 En dan speciaal de Engelse vertaling: Even the youths shall faint and be weary, and the young men shall utterly fall: but they that wait upon the LORD shall renew their strength; they shall mount up with wings as eagles; they shall run, and not be weary; and they shall walk, and not faint.

In alle Nederlandse vertalingen wordt het woord ‘wait’ anders vertaald. … maar wie hoopt op de HEER… … maar wie de Here verwachten… … die op de Heer vertrouwen, krijgen nieuwe kracht… We hopen, verwachten en vertrouwen allemaal wel op de Heer. Maar het verschil met ‘wachten’ is dat je niet zelf aan de gang gaat, maar geduldig wacht tot het echt Gods tijd is…dan wordt je gedragen door de vleugels van Gods liefde…

Levensboom

In het paradijs stonden twee bijzondere bomen. De boom van kennis van goed en kwaad en de levensboom.

Kennis van goed en kwaad brengt religie en geen relatie met God. God wil graag een relatie met ons, die alleen van Zijn goedheid en Zijn genade afhangt. Als de mens eet van de boom van kennis, wordt hij afhankelijk van zijn eigen vermogen om goed te doen en het kwaad van zich af te houden. Als je daar je vertrouwen in stelt, kan je alleen maar falen. Kennis van goed en kwaad brengt oordeel, angst, schuld en schaamte.

De boom des levens werd door God in het midden van de hof van Eden geplaatst, dat is ook de boom waarvan wij als mens gescheiden werden. De boom die het kruishout van Jezus werd. Het kruis van Jezus is de boom des levens waardoor we leven hebben. Jezus kwam en haalde de barrière neer die ons scheidde van Zijn liefde. Jezus roept ons om te eten van de boom des levens. Wie eet van deze boom zal eeuwig leven. Dan is er geen oordeel meer.

Als je van de levensboom eet gaat Jezus je leven geven.

Elia drieluik

Raven

Elia’s verhaal begint met de aankondiging van een lange droogteperiode als straf voor de zonde van Israël, koning Achab en zijn vrouw Izebel. Elia zegt: ‘Zo waar de Heer leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg’ (II Koningen 17). Elia had van God de autoriteit gekregen om zo te profeteren, maar uit het verhaal van Elia blijkt dat goddelijke autoriteit niets te maken heeft met krachtpatserij of uiterlijk vertoon. Elia voelt zich helemaal niet sterk, eerder zwak en verdrietig over zoveel goddeloosheid en ongeloof in Israël.

Als gevolg van zijn onheilsprofetie moet Elia vluchten. Maar God laat hem niet in de steek. Hij leidt Elia naar een eenzame plaats bij de beek Kerit, waar helder water stroomt. Daar wordt Elia op wonderlijke wijze gevoed door God zelf: … en Ik heb de raven geboden u daar van spijze te voorzien. 1 Koningen 17:4

 

Elia herstelt het altaar

Een bekend Bijbelverhaal is de confrontatie tussen Elia en de Baäl priesters. De strijd tussen de afgoden en de God van Israël. Het land was in die tijd verdeeld. De tien stammen van het noordelijke rijk hadden de stammen Juda en Benjamin verlaten en zich ten onrechte de naam ‘Israël’ toegeëigend. Op die plek, op de berg Karmel, lagen de twaalf stenen van het altaar dat daar ooit gestaan had. Met die stenen herstelde Elia Gods altaar. De twaalf stenen, waren het beeld van de twaalf stammen van Israël. Het was een bemoedigende boodschap voor Israël, dat God zijn land en volk wilde herstellen. Maar ook voor de verre toekomst wilde God iets duidelijk maken. Het vuur verteerde niet alleen de stier, het water en het hout, maar ook de stenen van het altaar. Van de stenen bleef niets over. Het leek erop dat God op dat moment al wilde laten zien dat ooit geen stenen altaar meer nodig was. Een profetisch beeld voor deze tijd waarin we geroepen zijn om ‘levende stenen’ te zijn (1 Petrus 2:5). En dat is niet het enige. Het altaar dat Elia herstelde laat ook een vervulling zien in onze tijd. Het volk en het land Israël is hersteld. God heeft het tientallen keren beloofd in zijn Woord. En Hij heeft het gedaan.

Een zachte bries

Elia had de Baäl-profeten verslagen en zo laten zien dat God de God van Israël is. Maar direct daarna was hij bang voor Izebel en vluchtte om zich te verstoppen in een grot in de berg Horeb. Er volgde een dialoog tussen God en Elia: ‘Wat doe je hier Elia?’ Elia reageerde alsof de hele wereld hem op de hielen zat. Toen sprak God weer: ‘Kom eens uit die spelonk en stel je voor mijn aangezicht.’ Op datzelfde moment stak er een enorme storm op. Bergwanden scheurden, rotsen sloegen los. Maar in dat natuurgeweld was God niet. Daarna volgde er een aardbeving en een vuur, maar ook daarin was de Here niet. Na het vuur was er ‘het suizen van een zachte koelte.’ Toen Elia die zachte wind voelde, verborg hij zijn gezicht in zijn mantel. Vaak denken we dat God zich alleen groots en meeslepend aan ons bekend kan maken, maar het is vaak juist in de stilte… (1 Koningen 19)

Drie vrouwen, drie zonen…

Dit drieluik gaat over drie vrouwen in de Bijbel, die hetzelfde mee maakten. Alle drie kregen ze  persoonlijk van God te horen dat ze een jaar later een zoon zouden krijgen op een wonderbaarlijke manier. Sara, die al op hoge leeftijd was. Een Sunamitische, die geen kinderen had en van de profeet Elisa deze Goddelijke belofte hoorde. En Maria, die een engel op bezoek kreeg en een zoon zou ontvangen op een wel heel bijzondere manier.. door de Heilige Geest.

Maar er is meer overeenkomst: alle drie de zonen werden van hen afgenomen door de dood. Bij Sara was het haar man Abraham die de opdracht kreeg om hun lang verwachtte zoon te moeten offeren. Bij de Sunamitische stierf haar zoon echt, en kwam weer tot leven door gebed van Elisa. En wat Maria overkwam weten we maar al te goed.

Waarschijnlijk hebben ze zich alle drie wanhopig hebben gevoeld. Maar de belangrijkste overeenkomst was dat ze alledrie bleven geloven in Gods redding en uitkomst, en dat ze hun zonen terugkregen uit de dood (Hebreeën 11:35).